Het hof van Lodewijk XIV

De persoonlijkheidscultus van een absolutistisch vorst

  • Lodewijk XIV werd koning op zijn vijfde, in 1643; de feitelijk regering werd toen uitgevoerd door zijn moeder, Anna van Oostenrijk, en kardinaal/eerste minister Mazarin. Direct na de dood van Mazarin begon Lodewijk zich de absolute heerschappij eigen te maken. Gedurende zijn 72-jarige regering heeft hij de macht van de adel en iedere vorm van democratie systematisch uitgeschakeld. Dat deed hij door zich te presenteren als een godheid; alle handelingen aan het hof en de kunsten kregen de vorm van een soort godsdienstig ritueel. Edelen verloren hun feodale macht en konden in het beste geval een erebaantje als hoveling in Versailles krijgen. Een eerste minister is nooit aangesteld. Vergaderingen van gemeente- of provinciebesturen werden niet meer gehouden; zij ontvingen via een intendant rechtstreekse bevelen van de koning. Rechters werden willekeurig benoemd en vervangen. Aan dit alles lag geen religieuze of staatkundige filosofie ten grondslag. Het was vooral de persoonlijke zucht naar macht en roem die Lodewijk ertoe dreef de alleenheerschappij naar zich toe te trekken.

    Hoewel Frankrijk, met name dankzij minister Colbert, een militaire en economisch land van betekenis werd, heeft de oorlogszuchtige Lodewijk het land aan de rand van de afgrond gebracht. Daarmee werd de kiem gelegd voor de Franse volksopstand van honderd jaar later.
  • Lodewijk XIV gebruikte de kunst om zijn grip op het land te versterken. Die traditie bestond al sinds honderd jaar eerder het Franse vorstenhuis Valois door huwelijken was verbonden aan het hof van De' Medici in Florence en het Spaanse hof van Philips IV. In Catharina de' Medici's stravaganze werden 'show' en een dubbele (politieke) bodem verenigd. Catharina, die ook de motor was geweest achter de massamoord op de hugenoten, had zo geprobeerd de Frans-katholieke eenheid te bewaren. Ook Lodewijk zag in de kunst een belangrijk middel om zijn macht uit te drukken. De statige, classicistische barok was daarvoor een geschikte taal. De opdrachten voor de pracht en praal rond het paleis van Versailles leidden ertoe dat het Franse hof ook het culturele hart van Europa, vooral op het gebied van toneel, dans en opera.

    afbeeldingen van de koning
    De koning voerde een soort public relations-campagne om door middel van portretten, standbeelden en munten zijn aanwezigheid over het hele land te verbreiden. De portretten moesten met respect benaderd worden (je mocht het niet de rug toekeren, je moest je hoed afnemen en zwijgen). Lodewijk XIV liet zich streng en imponerend afbeelden, zoals bij een absoluut vorst past. Om hem heen bevonden zich symbolen van zijn macht: zwaard, scepter en kroon. De hofschilder was Hyacinthe Rigaud.

    ceremonieel aan het hof
    De goddelijke status van Lodewijk werd onderstreept door een eindeloze reeks rituelen aan het hof van Versailles. Het opstaan en slapengaan, het aankleden van de koning, de manier waarop hij liep, zijn gasten ontving, de feesten - voor alles bestond een gedetailleerde ceremonie, waarbij soms ook gewone burgers mochten toeschouwen. Dat gold ook voor de hofdans (zie volgende onderwerp). De koning werd daarin vergeleken met Apollo, de zonnegod. In het paleis waren de zalen die leidden naar de slaapkamer van de koning versierd met mythologische taferelen rond Apollo. Lodewijk XIV was de spil van de Franse eenheid en de personificatie van het goede dat het kwade verdrijft. Dat blijkt ook uit de sessies waarbij hij zieke gelovigen de hand oplegde.

    academies
    Lodewijk richtte koninklijke academies op voor de kunsten (architectuur, schilderkunst, dans en muziek). De academies verzorgden opleidingen en via de academies werden opdrachten verstrekt. Zo werd alle kunst door de staat gecontroleerd. Gilden en leermeesters konden geen broeinest worden van politiek incorrecte kunst. Veel kunstenaars beschouwden het overigens als een eer om lid te zijn van de academies, die door de koning werden begunstigd.

Top

Terug